Column: Wie bepaalt wat een gebouw mag kosten?
1 september 2026
“We zitten vier miljoen boven budget". Het is een zin die iedere bouwkostendeskundige kent. En vaak volgt daarna vrijwel automatisch de volgende vraag: Waar kunnen we vier miljoen besparen? Maar misschien stellen we daarmee wel de verkeerde vraag. Want hoe vaak is die vier miljoen eigenlijk het gevolg van één verkeerde keuze? En hoe vaak is het simpelweg de optelsom van tientallen ambities die gedurende het ontwerp zijn toegevoegd, aangescherpt of nooit echt tegen elkaar zijn afgewogen?
We willen een duurzaam gebouw. Een gezonde werkomgeving. Een hoge architectonische kwaliteit. Flexibiliteit voor de toekomst. Lage energielasten. Circulaire materialen. Goede installaties. Een korte bouwtijd. En natuurlijk moet het gebouw ook betaalbaar zijn.
Allemaal logisch. Maar niet alles kan onbeperkt tegelijk.
Daar zit volgens mij een belangrijke opgave voor ons vakgebied. De bouwkostendeskundige moet niet alleen vertellen wat iets kost, maar vooral helpen bepalen wat iets mag kosten. Dat vraagt om een andere positie aan tafel.
Te vaak wordt kostenadvies gezien als een controlemechanisme: het ontwerp is gemaakt en vervolgens controleren we of het binnen budget past. Als dat niet zo is, begint het “bezuinigen”. Maar tegen die tijd zijn de belangrijkste keuzes vaak al gemaakt. Een andere constructie, gevel of installatiestrategie kan dan grote gevolgen hebben voor ontwerp, planning en kwaliteit. Wat in de initiatieffase een relatief eenvoudige keuze was geweest, wordt later een pijnlijke bezuiniging.
Ik geloof daarom dat bouwkostenmanagement veel eerder in het proces moet beginnen. Niet met de vraag: “Wat kost dit ontwerp?” Maar met: “Welke waarde willen we creëren, welke ambities zijn daarvoor noodzakelijk en wat hebben we daarvoor over?” Dat klinkt misschien eenvoudig, maar het vraagt om iets anders dan een begroting. Het vraagt om het inzichtelijk maken van keuzes en consequenties.
Een opdrachtgever die kiest voor een ambitieuze duurzaamheidsstrategie moet weten wat die ambitie vandaag kost, maar ook welke waarde ze morgen oplevert. Een ontwikkelaar die extra vierkante meters wil toevoegen, moet niet alleen kijken naar de extra opbrengst, maar ook naar de marginale bouwkosten. En een ontwerpteam moet weten welke architectonische keuzes écht waarde toevoegen en welke vooral complexiteit introduceren.
De bouwkostendeskundige kan daarin een verbindende rol spelen. Niet als degene die aan het einde zegt dat het te duur is, maar als degene die aan het begin helpt om betere keuzes te maken. Misschien moeten we daarom stoppen met bouwkosten te zien als het sluitstuk van een ontwerp(fase). Bouwkosten zijn geen begrotingsprobleem. Ze zijn een ontwerpkeuze.
En hoe eerder we die keuze samen maken, hoe minder we later hoeven te “bezuinigen”.
Monne van Egmond, NVBK-bestuurslid